Tine van Wel – Typograaf

Grafisch ontwerp, Boeken en Typografie

Meer weten over Tine van Wel

Vandaag ontmoet ik Tine van Wel bij haar thuis. Grafisch ontwerper, maar vooral typograaf. Ik verheug me erop, want zo kan ik met eigen ogen haar verzameling boeken zien. Ik ben benieuwd waarom ze zichzelf typograaf noemt, en waarom je dat vandaag de dag nog zou willen zijn. Als ik Tine’s website bekijk, zie ik een vrouw met interesse voor kunst, grafisch ontwerp, digitale en analoge vormgeving, een blog, maar inderdaad ook heel veel boeken. Wie is deze vrouw en wat drijft haar?

[publicatie interview van jan/feb 2017, geschreven door Ben van der Ploeg]

— Wat is er sexy aan typografie?

De verfijning die een goed gezette tekst kan hebben is van een absolute schoonheid die ik niet in woorden kan vatten, het is een combinatie van regels en intuïtie die een tekst typografisch laten kloppen. Een rustig en kalm letterbeeld om gretig tot je te nemen, daar besteed ik heel graag mijn dagen aan.

— Ben je daarom typograaf?

Ik ben een vrouw met een missie. Hoewel ik vind dat ik nog niet de leeftijd heb om op een podium te gaan staan heb ik wel een verhaal te vertellen. Ik ben namelijk bang dat met het verdwijnen van de laatste generatie grafisch ontwerpers die begonnen zijn met het zetten van loden letters een hele hoop kennis verloren gaat.

Ik denk dat het heel belangrijk is dat een tekst goed gezet is. Als ik zie dat de interlinie klopt met de corpsgrootte, dan geeft dat rust. Je voelt dat het klopt.

Als ik met een tekst bezig ben, zie ik dat het onder mijn handen schoon word. Dan voel ik dat ik iets goeds doe. Typografie valt in regels te vatten, maar schoonheid ontstaat door de liefde voor een tekst.

— Mag ik vragen hoe oud je bent?

Ik ben geboren in 1982, dus reken maar uit… Mijn vader kocht zijn eerste Macintosh in 1989 en die was niet lang daarna aan vernieuwing toe. Op de Mac kon je geen ‘Prince of Persia’ spelen, zoals veel klasgenootjes op hun PC. Ik moest het doen met het opmaak-programma Quark Xpress (de voorloper van Indesign) en dat was geweldig leuk; ik begon verhalen te schrijven. Mijn eigen boekjes, tijdschriften en mijn eerste krantje ‘de Tine’ zijn daarmee gemaakt.

 

“Lekker stofzuigen in
een tekst en daarna poetsen tot het glimt”

— Waarom noem je jezelf typograaf en geen grafisch ontwerper?

Ik heb een fascinatie voor letters en houdt ervan om een tekst onder mijn handen te laten blinken. Het opschonen van een tekst voelt als het schoonmaken van een stoffig huis. Je begint met het grove werk en poetst door tot het glimt. Leesbaarheid staat voorop en je stelt jezelf in dienst van de lezer. Typografie is een ontzettend belangrijke basis voor een goed grafisch ontwerp. Het is daarbij belangrijk dat je de typografische regels kent en deze juist weet toe te passen.

Vanuit de vraag van de klant ga je ontwerpen. Met een juist gekozen lettertype kun je een sfeer neerzetten, maar belangrijker is dat het juist communiceert. In het grafisch ontwerp kun je dat doen in een eigen stijl, ‘zeg maar de hand van de ontwerper’, maar bij de typografie is dat niet echt aan de orde. Typografie moet vooral ‘juist’ zijn, waarbij je jezelf als typograaf niet naar voren zet. Ik ben meer typograaf dan een grafisch ontwerper, hoewel ik in de praktijk beide doe. Maar ik denk vooral vanuit de inhoud. De content bepaald welke vorm het nodig heeft. Je legt jezelf grenzen op om binnen het zelf verkozen veld de vrijheid te zoeken.

— Wat is het nut van goede typografie?

Goede typografie communiceert, leid je naar het juiste eindstation zonder dat de gebruiker heeft hoeven zoeken. Dit komt overal terug, of het nu gaat over een website, een boek of uitkomen bij de juiste gate op een vliegveld. De essentie van het vak is dat je de boodschap overbrengt, dat je communiceert. Overal waar letters zijn, kan een typograaf zijn werk doen. Dat maakt het werk toch heel divers. Soms moet je een korte boodschap overbrengen, en een andere keer ben je dagen aan het uitlijnen, wat een mediterende werking heeft. Heerlijk, haha.

— Wat heb je zoal gedaan en waar kunnen we je van kennen?

Je kunt mij kennen van het werk dat ik heb gedaan bij Studio Joost Grootens. Daar heb ik de kansen gekregen om aan een paar heel bijzondere boeken te werken (waarvan enkele werden opgenomen in de selectie best verzorgde boeken van dat jaar, red.), zoals; het boek over het complete oeuvre van H.N. Werkman; Vinex atlas en MVRDV Buildings. Maar mijn persoonlijke favorieten bleven buiten de prijzen. Dat zijn Young-Old, De atlas van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en het Collectieboek van museum Boijmans van Beuningen.

Ik ben blij dat ik de kans gekregen heb dergelijke boeken te maken. Ik heb daarbij de ruimte gekregen om me te specialiseren als typograaf. Evenals in het ontwerpen en beheersen van het proces van het maken van een boek. Daar komt heel wat bij kijken! In deze tijd is de uitdaging een boek betaalbaar te houden en ben ik bezig met het ontwikkelen van templates.

 

“Oeh, was ik maar een Trinité.”

— Wie zijn je voorbeelden?

De ontwerpers Karel Martens, Jan van Toorn, Walter Nikkels en uiteraard Irma Boom. Karel Martens bestudeer ik graag, wat stopt hij grafisch in zijn boeken? Dingen die ik niet direct begrijp. Ik wil het dan snappen, wat is het grid? Wat zit er onder? Bij Irma Boom heb ik dat ook, hoe zij de grenzen opzoekt van een ontworpen boek is heel mooi om te zien.

— Je hebt het over streng en strak, alles volgens regels, ben jij een opgeruimd type? Gedisciplineerd?

Nou, je moet je verstand op nul en je blik op oneindig kunnen zetten, om continuïteit in je werk te waarborgen en consequent te blijven. Dan moet je wel over wat discipline beschikken. Verder moet je gericht zijn op details, en een flinke concentratieboog is ook een heel handige eigenschap. Uren maken!

— Is er een lettertype waarmee je jezelf zou kunnen identificeren?

Puur op uiterlijke kenmerken ben ik te scharen bij blond condensed. Maar verder voel ik mij soms zóóó Verdana, nee sorry ik zit te dollen. Ik denk dat ik mezelf wel een schreefloos font toe zou schrijven. Akzidenz grotesk liever dan Helvetica, mmmhm dan wel de Akzidenz grotesk next. Tine verzucht: Och was ik maar een Trinité. (De Trinité is de voorloper van de Lexicon, beide lettertype’s ontworpen door Bram de Does. red.)

— Hoe kies je een lettertype? Gaat het puur om de functie of laat je je ook leiden door persoonlijke voorkeur?

Een font moet bepaalde eigenschappen hebben om haar interessant en werkbaar te maken, en natuurlijk ben ik van het ene font meer gecharmeerd dan van het andere. Maar bij de keuze voor een bepaald font staat de functie toch echt voorop. De content en functie van de tekst vragen om een bepaald font. Een font moet een beetje schuren, een te perfecte letter wordt saai.

— Je vertelde dat je je kennis wilde overbrengen aan andere ontwerpers.

Bij mijn missie vertel ik over de noodzaak van het overbrengen van mijn kennis, al heb ik op dit moment toch ook nog de behoefte zelf heel wat typografische kilometers te maken. Maar dat de noodzaak er is, lijkt me duidelijk. Daarom ben ik een blog begonnen op mijn website. Ik wil een zo groot mogelijk publiek bereiken met mijn typosnackjes op dinsdagmorgen. (Een sneak-peak is te lezen in dit tijdschrift. red.)

Er kan nu veel meer op een computer. De opmaakprogramma’s gaan uit van standaard instellingen, de gebruiker vertrouwt daar vaak op, en weet misschien niet wat de mogelijkheden zijn. Daarbij mag je pas gaan kloten met de typografische regels als je deze kent. Omdat een tekst nooit helemaal universeel te maken is, omdat hij bijvoorbeeld op een andere manier wordt aangeleverd of iets dergelijks, moet hij altijd nog bekeken worden. Uiteraard kan de computer ons al veel werk uit handen nemen, maar de fase daarna word vaak overgeslagen. Het menselijke oog ontbreekt.

— Wie moet jouw kennis tot zich nemen?

Ik ben bang dat mijn doelgroep groter is dan ik denk. Maar vooral de jongere generatie. Door de grootte van de groep wil ik de informatie graag luchtig brengen en ik denk stiekem dat ik met een relatief kleine tijdsinvestering al veel kan bereiken. Ik denk dan aan kunstacademies, waar je met een workshop/lezing kennis kunt overbrengen. Het is een aanvulling op de basiskennis.

Ik wil niet geloven dat het einde van het boek daar is. Juist de enorme hoeveelheid info die we nu tot ons kunnen nemen zorgt voor versplintering. Dit genereert een behoefte aan iemand die uitzoekt, bundelt en het voorlegt in een prettige vorm. Op papier of een e-book. Het word een naslagwerk. Als een prettige en overzichtelijke bron van informatie tastbaar is, kun je het bewaren en er weer bijpakken als je het nodig hebt. Als het digitaal blijft is het snel weer weg. Het verdwijnt in de massa.

— Waar ben je over 5 jaar?

Als ik droom over mijn 5 jaren plan en ik geef mijzelf geen grenzen dan wil ik een begrip worden op het gebied van het zetten van teksten en boekontwerp. Het is een niche, maar een vriend zei me; ‘go big, go niche or go home’, en ik denk dat hij gelijk heeft.

Ik zie mijzelf voor verschillende uitgeverijen het binnenwerk verzorgen. Dat het duidelijk is dat ze voor een gezette tekst bij mij moeten zijn. Daarnaast hoop ik een grote groep mensen over de hele westerse wereld te kunnen bereiken met mijn kennis over het zetten van teksten en boekontwerp.

— Wat doe je aan professionalisering?

Ik ga graag in gesprek met andere typografen. Daarnaast bestudeer ik hun boeken, bij Meermanno en Bijzondere Collecties. Ik neem zetinstructies altijd nauwgezet door, en voor een stevige basiskennis lees ik graag de teksten van Tschichold, Gerard Unger en Martin Majoor. De boeken van Tschichold pluis ik helemaal uit, zijn teksten moeten naar deze tijd gebracht worden en vragen daarbij om een kritische blik. Dat is belangrijk om de typografische veranderingen in kaart te kunnen brengen. Onlangs is er ook een mooi boek verschenen van Walter Nikkels, hem zou ik graag eens ontmoeten.

— Heb je een missie?

Dat het vak als letterzetter niet uitsterft met de laatste generatie loodzetters. Er is tegenwoordig niet veel geld meer beschikbaar voor het maken van boeken. In sommige boeken vliegen de onjuist gebruikte divisiestreepjes en hoerenjongen je om de oren, daar erger ik mij aan! Het kan zoveel mooier, rustiger. Gelukkig zijn er nog veel goede en mooie boeken. Ook in meer geautomatiseerd geproduceerde boeken kan kwaliteit behouden blijven. Ik heb het idee dat teveel boeken te makkelijk gemaakt worden omdat er te weinig budget is. Met datzelfde budget kan ik de liefde voor het boek weer zichtbaar maken.

« »

© 2017 Tine van Wel – Typograaf. Thema door Anders Norén.